Dirigent Danny Nooteboom:  ‘Scratch is een soort muzikaal crisismanagement’

18 januari 2026
Featured image for “Dirigent Danny Nooteboom:  ‘Scratch is een soort muzikaal crisismanagement’”

Voor het vijftiende jaar op rij staat Danny Nooteboom op vrijdag -dit keer 6 maart- op de bok bij de Jongeren Messiah. Sinds 2008 is hij van de partij bij de Leidse Scratch Muziekdagen, en keer op keer geniet hij van deze manier van muziek maken. “Het is elke keer uitdagend of het weer gaat lukken.”

Wat maakt een scratch dirigeren zo leuk?

“Met een vast koor kun je een half jaar aan een stuk werken, maar bij een scratch heb je maar één dag. Die korte voorbereidingstijd dwingt een dirigent tot creatieve keuzes. Het kan voorkomen dat ik me heb voorbereid op een bepaald tempo in de coloratuur. Maar als dan blijkt dat de tenorgroep dat tempo niet aankan, moet ik als een speer op zoek naar een tempo dat wel haalbaar is – en artistiek aanvaardbaar. Dergelijke dingen moet je in een split second beslissen. Ik noem het: een soort muzikaal crisismanagement.”

Wat levert die jarenlange ervaring op?

“Ik dirigeer nu 35 jaar en had voordat ik in Leiden begon, ook al ervaring met dit soort projecten. Ik leidde bijvoorbeeld al een paar jaar ‘play-ins’ voor harmonieorkesten. Met al die ervaring kan ik snel inschatten: wat kan het koor en het orkest, wat is het spelniveau, hoe goed kennen ze hun partij. Als je met het koor dan gaat werken aan fraseringen, dan kijk je vervolgens waar je met het orkest kunt schaven aan verfijning – aan zuiverheid, een betere stokvoering bij de strijkers. Maar het is telkens weer uitdagend of het weer gaat lukken. Een enkele keer is het gewoon toewerken naar een aanvaardbaar resultaat. En dat kan per deel wisselen, heel gek is dat.”

Dus je komt soms toch nog voor verrassingen te staan?

“Zeker wel, die momenten zijn er elke keer weer. Het gebeurt zelfs wel eens dat tijdens de uitvoering een deel dat in de repetitie feilloos liep, ineens finaal de mist ingaat. Of dat een hele stemgroep de inzet mist. Een enkele keer leg ik de boel dan stil en probeer het opnieuw. Die beslissing moet je trouwens voor de vijfde maat nemen – dan heeft het publiek er het minste last van.

Maar van de meeste passages en overgangen weet ik inmiddels waar de pijnpunten liggen. Zo hebben de bassen bij het Amen altijd de neiging om ervandoor te gaan. En ik weet dat de orkestpartij in de Mozart-bewerking die we met de volwassenen doen best lastig is. Daar moet ik echt aandacht aan besteden.”

Je dirigeert al een aantal jaar de Jongeren Messiah. Wat maakt die bijzonder?

“De Jongeren Messiah is een prachtig project. De notenkennis en de routine zijn natuurlijk minder dan bij volwassenen die het stuk vaak al voor de tigste keer zingen, maar bij deze jonge groep is de klank weer beter, frisser. Ze zijn ook wat plooibaarder, wat mij ruimte geeft voor kleine experimentjes. Bijvoorbeeld om variatie aan te brengen in het tempo van het Hallelujah. Heel leuk is dat.

Jongeren Messiah 2024

Ik ben ook betrokken bij de selectie van de solisten (meestal conservatoriumstudenten of net afgestudeerde zangers). Bij die audities luistert ook een groepje scholieren mee. Het is heel leuk om dan met hen te praten over wat zij mooi vinden, en waarom. Tijdens de laatste auditieronde gaven zij de voorkeur aan een romantische alt – eigenlijk veel te romantisch voor de Messiah. De stijlbewuste countertenor die wij volwassenen verkozen, vonden zij maar saai. Dan praat je met hen over de muziek van Händel en leg je uit hoe die muziek in zijn tijd hoorde te klinken.”

Was je in de beginjaren ambitieuzer bij een scratch-uitvoering?

“Nee, ik denk dat ik de lat nu juist hoger leg. In het begin was ik al blij als het mooi onder elkaar stond. Maar door alle ervaring weet ik waar er meer in zit. Dus durf ik hogere eisen te stellen. Zodat je het resultaat met de hele groep net naar een hoger plan tilt.”


Deel: